Hid Hero Jelbeths stichtte op 25 november 1553 het Weeshuis. Hid was een dochter van Hero Jelbeths, een van de schepenen van de stad. De achternaam van Hid was gebruikelijk in die tijd. Als dochter van Hero Jelbeths ging zij als Hid Hero Jelbeths door het leven. Simpelweg is de naam te verklaren als Hid van Hero Jelbeths. Nadat Hid trouwde met Nanne Reins werd ze ook wel Hid Nannes genoemd, Hid van Nanne. Toen Nanne overleed kreeg Hid een groot vermogen tot haar beschikking. Uit dit vermogen schonk zij geld voor het realiseren een weeshuis. Wezen konden worden verzorgd, gekleed, en opgevoed. Aanvankelijk bood het weeshuis onderdak aan twaalf kinderen. Als voorwaarde gaf Hid mee dat de kinderen niet jonger dan drie en niet ouder dan zestien jaar mochten zijn. Een ouder echtpaar kreeg de leiding over de wezen. De kinderen hadden voortaan hun eigen thuis en hoefden niet meer te wonen in het armenhuis. Het Weeshuis was een groot cadeau voor de stad. Het stadsbestuur zag zich verlost van een grote last. De komst van het Weeshuis kende een voorgeschiedenis. In 1522 werd op de hoek van de Kerkstraat en de Broerestraat het ‘Armenhuis van alle leeftijden’ opgericht door de Bolswarder schepen Hendrik Nannes en zijn vrouw Catrijn Epes. De zorg voor wezen viel ook onder de opzet van het armenhuis. Arme bejaarden en wezen woonden dus bij elkaar. Geen ideale situatie.

De eerste honderd jaar heerste er een streng regiem in het Weeshuis. Wanneer een wees een huiswet overtrad werd hij gegeseld. De ‘meester’ en zijn vrouw hadden de leiding. Tot rond 1700 waren zij ook verantwoordelijk voor de lijfelijke straffen. Naar gelang de tijd in de historie verstreek, werden de teugels wat losser. De meester en zijn vrouw werden vervolgens ‘vader en moeder’ genoemd. Het aantal huisregels bleef onverminderd groot, maar aan het einde van de negentiende eeuw beperkten de straffen zich tot huisarrest of het inhouden van zakgeld. In 1657 veranderde de opzet in een stadsweeshuis waardoor alle in de stad woonachtige weeskinderen konden worden toegelaten. Daardoor groeide de weeshuisbevolking aanzienlijk.

In 1561, acht jaar na de oprichting van het weeshuis overleed Hid Hero. Ze liet een testament achter. Met uitzondering van enkele legaten voor vrienden, kerk en armen, schonk ze haar totale vermogen aan de weeskinderen van Bolsward. Voor de exploitatie van het Weeshuis werd een bestuur in het leven geroepen. Het Weeshuis deed tot 1954 dienst als opvanghuis voor weeskinderen. Vanaf dat moment fungeerde het Weeshuis als kindertehuis voor de opvang van voogdijkinderen. Dat bleef zo tot 1990.

In het Weeshuis werd in de eerste periode van zijn bestaan vee gehouden. Men hield zich bezig met zuivelbereiding en er werd ook brood gebakken. Er zijn zelfs doodskisten vervaardigd. Bij ordonnantie van de magistraat van Bolsward werd in 1681 aan het Weeshuisbestuur het alleenrecht voor de verkoop van lijkkisten in Bolsward verleend. In de stadsherbergen hingen offerbussen, terwijl voorts een deel van de winst van de Bank van Lening bestemd was voor de wezen. Op buiten de stad gebrouwen bier werd belasting geheven, de zogenoemde Kerkelijke Kroon. Een deel daarvan werd door de kerken geschonken aan het Weeshuis. De belangrijkste inkomstenbron werd echter gevormd door de opbrengst van de zathes en landerijen. Legaten waren een andere belangrijke geldbron. Met name in de 16e en 17e eeuw werden aanzienlijke bedragen via erfmakingen, legaten of schenkingen ontvangen.

Tot aan de dag van vandaag is de naam van Hid Hero in Bolsward onlosmakelijk verbonden met liefdadigheid.

Het referendum

Dominee Tjeerd Oeds Hylkema besloot in 1952 in zijn hoedanigheid als voorzitter van de Europese Beweging Nederland een volksraadpleging te organiseren. In veel Europese landen bestond de overtuiging dat een herhaling van de Tweede Wereldoorlog voorkomen kon worden als Europese landen nauwer zouden samenwerken. Dominee Hylkema wilde peilen hoe Nederlanders dachten over Europese integratie. Als middel werd een proef-referendum ingezet. De raadpleging vond plaats in twee steden: Bolsward en Delft. Uit stembusresultaten van de Tweede Kamerverkiezingen in juni 1952 bleken deze twee plaatsen representatief voor de landelijke verkiezingsuitslag. Bovendien kwam de samenstelling van de bevolking uitgesplitst naar kerkgemeenschappen Rooms Katholiek, Nederlands Hervormd, Gereformeerd en niet aangeslotenen in beide plaatsen overeen met Nederland als geheel. Op 17 december 1952 was het zover. Inwoners van Bolsward en Delft gingen massaal naar de stembus. In Bolsward lag het opkomstpercentage op 88,2 procent. In Delft kwam 74,8 procent opdagen. In beide steden was de uitslag uiterst positief. In Delft beantwoordden 93 procent van de stemmers de vraag over Europese samenwerking met ‘ja’. In Bolsward was dat percentage nog hoger: 96,6 procent zag een gemeenschappelijke aanpak zitten. Toenmalig minister Joseph Luns van Buitenlandse Zaken was in zijn nopjes met de uitslag. Hij noemde het een ‘verheugende gebeurtenis.’

De aanloop naar het proefreferendum vormde voor politiek Den Haag aanleiding een intensieve propagandacampagne te voeren in beide steden. Vrijwel alle politieke partijen riepen op tot een ‘ja’. De enige tegenstanders bevonden zich uiterst links en rechts van het politieke spectrum. In Bolsward verspreidden communisten vlak voor het referendum pamfletten met de tekst ‘Stemt niet’. Electoraal legden deze tegenpartijen echter weinig gewicht in de schaal. Zowel Bolsward als Delft stonden in het middelpunt van nationale en internationale mediabelangstelling. Tientallen journalisten uit onder meer Frankrijk, België, Luxemburg, Duitsland, Amerika en Engeland waren ter plekke om de gebeurtenissen te verslaan.

Gaandeweg raakte de stad in de ban van het referendum. De hele stad werd opgetuigd voor de unieke gebeurtenis. Niet alleen wapperde van de kerktoren de groen-witte vlag met de ‘E’ van Europa. Ook fietsen van enthousiaste Bolswarders waren voorzien van vlaggetjes met het Europa-embleem en boven de stadsgrachten hingen spandoeken. De plaatselijke middenstand organiseerde etalagewedstrijden. Een plaatselijke banketbakker verkocht een speciale witte Europa-pudding met groene slagroom. Een grote melkfabriek gaf op de dag van het referendum aan alle klanten een blikje room, waarop een aansporing tot stemmen was geplakt. Ook op scholen was er veel aandacht voor het referendum. De plaatselijke orgeldraaier vatte alle politieke wijsheid kernachtig samen: ‘Als hiel Europa der krekt sa oer tinkt as wy, sil der mooglik foar ús bern ‘n bettere tiid oanbrekke.’ (Als heel Europa net zo denkt als wij, breekt er mogelijk voor onze kinderen een betere tijd aan.)